Jaar: 2015

Brand kan ontstaan door allerlei redenen: een constructiefout, een brandende sigaret, een kortsluiting… Bij brand in een gehuurd goed moet de oorsprong ervan goed onderzocht worden, aangezien dit van groot belang kan zijn om de aansprakelijkheid van de verhuurder en/of de huurder vast te stellen.

Enerzijds is de verhuurder vrijwaring verschuldigd aan de huurder voor alle gebreken van het verhuurde goed, die het gebruik daarvan verhinderen, ook al kende de verhuurder deze niet bij het aangaan van de huur. De verhuurder is verplicht de huurder schadeloos te stellen, indien de huurder door die gebreken enig verlies zou hebben geleden (art. 1721 BW). Het zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat er door een constructiefout aan de schouw brand ontstaat. Indien dit de enige oorzaak van de brand is, is de verhuurder geheel aansprakelijk voor de schade ontstaan door de brand.

Anderzijds is de huurder aansprakelijk voor brand, tenzij hij bewijst dat de brand buiten zijn schuld is ontstaan (art. 1733 BW). Deze grond van aansprakelijkheid voor de huurder vloeit voort uit zijn teruggaveverplichting.[1]

Deze bepalingen sluiten echter niet uit dat de aansprakelijkheid tussen huurder en verhuurder verdeeld wordt, wanneer de brand van het gehuurde goed is ontstaan door zowel een fout van de huurder als een gebrek van het gehuurde goed, waarvoor de verhuurder vrijwaring verschuldigd is. Zo is bijvoorbeeld deels de verhuurder en deels de huurder aansprakelijk, indien de brand veroorzaakt werd door enerzijds een gebrekkige isolatie tussen haard en versieringsbalk en anderzijds “het intensief en ononderbroken vuur stoken als compensatie voor de afwezigheid van centrale verwarming en dat vuur ’s nachts onbewaakt laten doorbranden”.[2]

Deze redenering is omwille van twee juridische aspecten verdedigbaar. Vooreerst is volgens de equivalentieleer[3] bij samenloop van contractuele aansprakelijkheden, iedere fout die noodzakelijk was voor de totstandkoming van de schade, een oorzaak van de schade. Ieder die aansprakelijk is voor de schade moet dan ook een aandeel in de uiteindelijke schadelast dragen. Daarnaast is dergelijke verdeling van aansprakelijkheid verenigbaar met de omvang van de teruggaveplicht van de huurder. Zoals eerder vermeld, vloeit de aansprakelijkheid van de huurder voor brand voort uit diens teruggaveplicht, doch dit kan niet tot gevolg hebben dat de huurder gehouden is om een van oorsprong gebrekkig goed vrij van gebreken terug te geven.

Hier bestaan twee logische uitzonderingen op. Zo heeft de verhuurder geen vrijwaringsverplichting tegenover de huurder voor een gebrek in het goed dat duidelijk zichtbaar was.[4] De huurder wordt in deze omstandigheid immers geacht op de hoogte te zijn van de gebreken en het in die toestand te hebben aanvaard. Daarnaast is de verhuurder geen vrijwaring verschuldigd, indien de gebreken zijn ontstaan door de fout van de huurder, bijvoorbeeld ingevolge verbouwingswerken opgedragen door de huurder.[5]

Opgelet, vaak bevatten huurovereenkomsten clausules waarin de huurder en/of de verhuurder afstand van verhaal doet. Zo kan het zijn dat er een clausule is opgenomen in het huurcontract waarin u bijvoorbeeld als huurder afstand doet van uw recht om vergoeding te vorderen van de verhuurder voor bijvoorbeeld brand veroorzaakt door een onzichtbaar gebrek in het gehuurde goed (artikel 1721 BW).[6]

Tot slot, om het risico van brand te dekken, is het zowel voor de huurder als voor de verhuurder aangewezen om een brandverzekering te sluiten. In de meeste gevallen staan ook hieromtrent bepalingen in het huurcontract vermeld.

Het is dan ook van belang dat u steeds heel aandachtig uw huurcontract naleest. Bij enige twijfel over de inhoud van uw huurcontract of uw aansprakelijkheid bij brand in het verhuurde goed, raadpleegt u best één van onze specialisten ter zake.

[1] Cass. 21 januari 1999, Arr.Cass. 1999, 72.

[2] Cass. 6 november 2014, NjW 2015, 448, noot S. Guiliams.

[3] Cass. 29 januari 1988, Arr.Cass. 1987-88, 669.

[4] Cass. 26 februari 1988, RW 1989-90, 743; S. Guiliams, “Aansprakelijkheidsverdeling tussen huurder en verhuurder” (noot onder Cass. 6 november 2014), NjW 2015, (450) 451; M. Dambre, “Rechten en verbintenissen van de huurder” in M. Dambre, B. Hubeau en S. Stijns (eds.), Handboek algemeen huurrecht, Brugge, die Keure, 2015, (605) 610, nr. 265 en 612-613, nr. 267.

[5] S. Guiliams, “Aansprakelijkheidsverdeling tussen huurder en verhuurder” (noot onder Cass. 6 november 2014), NjW 2015, (450) 451.

[6] L. De Wilde en E. Lievens, “Huur en verzekeringen” in M. Dambre, B. Hubeau en S. Stijns (eds.), Handboek algemeen huurrecht, Brugge, die Keure, 2015, (240) 260-261, nr. 394.

Er doen zich dagelijks schadeverwekkende feiten voor. De meeste mensen worden hier vroeg of laat mee geconfronteerd : een auto-ongeval, gevallen over een obstakel in de plaatselijke supermarkt, slachtoffer van slagen en verwonden,…

Indien men slachtoffer wordt van een onrechtmatige daad of een schadeverwekkend feit heeft men in principe recht op herstel van deze schade.

Alvorens de evaluatie en het herstel van de schade aan te pakken, dient de in aanmerking te nemen schade nader te worden omschreven. De schade is het resultaat van het verschil tussen twee situaties: de toestand waarin het slachtoffer zich bevindt ingevolge de onrechtmatige daad en deze waarin het slachtoffer zich zou bevonden hebben indien de onrechtmatige daad niet was gepleegd.

Deze schade doet zich voor als een verlies (materieel of moreel), een krenking van belangen of een aantasting van waarden. In eerste instantie dient een herstel in natura van de schade te worden nagestreefd teneinde het slachtoffer in een toestand terug te plaatsen die zo dicht mogelijk aansluit bij deze waarin men zich zou hebben bevonden zonder de onrechtmatige daad. Slechts indien dit niet mogelijk is kan de schade het voorwerp uitmaken van een “financiële compensatie”.

Voorafgaandelijk dient te worden benadrukt dat alleen de reële schade moet worden vergoed: “alle schade maar niets meer dan de schade”, hetgeen de noodzaak bevestigt om de schade in concreto te begroten teneinde het integraal herstel ervan te verzekeren. [1]

De Indicatieve tabel is een veelgebruikt instrument om de geleden schade aan zaken en personen pecuniair te begroten. Zoals zijn naam het aangeeft is de Indicatieve tabel slechts een indicatie, een richtlijn waarop kan worden teruggevallen wanneer de omvang van de schade niet concreet of exact kan worden begroot. Het is geen wet, noch een dwingend voorschrift. [2]

Er kan met andere woorden in bijzondere gevallen worden afgeweken van de indicatieve cijfers die voorop worden gesteld. Kan er met concrete stukken worden aangetoond dat u meer schade heeft geleden dan de cijfers uit de Indicatieve Tabel, dan zullen wij uiteraard herstel van de concrete schade nastreven.

Slachtoffers van bijvoorbeeld verkeersongevallen of slagen en verwondingen, die een vergoeding wensen te bekomen voor hun lichamelijke schade, dienen deze schade te laten vaststellen en begroten. De vaststelling en begroting van de schade gebeurt in principe door een gerechtsdeskundige, een medisch expert. De pecuniaire begroting van deze schade wordt nadien bepaald op basis van het deskundigenverslag. De Rechtbanken hanteren de Indicatieve Tabel dagelijks voor de begroting van lichamelijke schade.

Met een oog op een betere voorstelling van de medische evaluatie en vergoeding van lichamelijke schade, werd ervoor gekozen om een deskundigenonderzoek voor te stellen aan de medische experten. Zodoende de tabel van lichamelijke letsels te verfijnen en het mogelijk maken om meer billijke vergoedingen te vragen. De deskundige krijgt de centrale rol bij de begroting van lichamelijke schade.

Enkel de feitenrechter zal uiteindelijk beslissen welke schade er vergoed zal moeten worden, vaak met behulp van de indicatieve tabel van forfaitaire schadevergoedingen. [3]

Hieronder treft u enkel voorbeelden van bedragen die de Indicatieve Tabel toekent[4] :

1. De eerste tabel betreft de morele schadevergoeding die men krijgt bij het overlijden van een familielid:

 1

2. Een andere en frequenter gehanteerde tabel is deze die de bedragen bepaalt die worden toegekend voor de gebruiksderving van voertuigen:

2

Vraag naar onze specialisten voor bijstand bij uw schadebegroting, zij helpen u graag verder!

[1] VANSWEEFELT, T. en WEYTS, B., De indicatieve Tabel 2012: van (te) normerend naar betwist?, RW 2014-15, nr. 7, 18 oktober 2014.

[2] Overname uit Desmecht, J.-L., Papart, Th. en Peeters, W. (eds.), Indicatieve tabel 2012, Brugge, die Keure, 2012 voor Ad Rem

[3] VANSWEEFELT, T. en WEYTS, B., De indicatieve Tabel 2012: van (te) normerend naar betwist?, RW 2014-15, nr. 7, 18 oktober 2014.

[4] http://www.ordeexpress.be/UserFiles/ArtikelDocumenten/Indicatieve_tabel_2012.pdf

Beschermt de Handelshuurwet de winkel-in-winkel ?

In de Handelshuurwet vinden we een aantal dwingende bepalingen om de huurder te beschermen. Dat is noodzakelijk om de continuïteit van een handelszaak te garanderen. Zo is er bijvoorbeeld de minimumduur van 9 jaar zodat de handelaar niet elk jaar op zoek hoeft te gaan naar een nieuwe locatie om zijn winkel uit te baten.

De Handelshuurwet is van rechtswege van toepassing. Er kan met andere woorden niet conventioneel van afgeweken worden. Bij een geschil zal de rechter dus moeten oordelen of de Handelshuurwet van toepassing is of niet en waarom. Er zijn 5 voorwaarden voor de toepassing van deze wet:

  1. een huurovereenkomst;
  2. m.b.t. een onroerend goed of een gedeelte ervan;
  3. dat gebruikt wordt voor het uitoefenen van een kleinhandel of voor het bedrijf van een ambachtsman die rechtstreeks in contact met het publiek staat;
  4. waarbij het goed in hoofdzaak daartoe bestemd is;
  5. welke bestemming stilzwijgend of uitdrukkelijk werd aangegaan bij het sluiten van de overeenkomst of in de loop ervan uitdrukkelijk werd aanvaard.[1]

Voor de winkel-in-winkel lijken deze voorwaarden op het eerste zicht vervuld.

Het Hof van Cassatie heeft evenwel in recent een Arrest van 20 maart 2014[2] beslist dat om van handelshuur te spreken, er moet bekeken worden of een winkel-in-winkel niet alleen in contact met het publiek staat, maar tevens in staat is haar eigen cliënteel op te bouwen afzonderlijk van de winkel waarin zij gesitueerd is.[3]

Besluit: Het hof van Cassatie bevestigt haar rechtspraak[4] dat de mogelijkheid tot het uitbouwen van een eigen cliënteel een bijkomende (niet letterlijk vermelde) voorwaarde is voor de toepasselijkheid van de Handelshuurwet.

Oplossing voor de huurder van een winkel-in-winkel: De Handelshuurwet kan wel conventioneel van toepassing verklaard worden.[5]

[1]Art. 1 wet 30 april 1951 handelshuurwet, B.S., 10 mei 1951.

[2]Cass. 20 maart 2014, C.12.0538.N/2, Lidl Belgium GmbH. & Co KG/Wajo BVBA, NJW 2014, 795, noot A. Coppens; TBO 2014, 204, noot K. Vanhove; www.cass.be.

[3]Coppens, A., “geen handelshuur zonder eigen cliënteel”, noot onder Cass. 20 maart 2014, C.12.0538.N/2, Lidl Belgium GmbH. & Co KG/Wajo BVBA, NJW 2014, 795.

[4]Cass. 2 maart 1989, AR 6216, Arr. Cass. 1988-89, 375.

[5]M. Dambre, “Handelshuur”, Die keure, Antwerpen, 2012,21, nr. 27.

VEROUDERDE BORDEN IN DE BEBOUWDE KOM

Vanaf 1 juni 2015, moeten alle oude verkeersborden ‘bebouwde kom’ weg. De overgangsperiode loopt dan definitief af. Hierdoor verliezen ze elke juridische waarde en mogen de chauffeurs in theorie de snelheidslimiet voor de bebouwde kom negeren. Artikel 85.2 van het Koninklijk Besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg stelt: “De hierna weergegeven verkeersborden mogen behouden worden tot 1 juni 2015.

bebouwde kom
Begin van een bebouwde kom.

einde
Einde van een bebouwde kom.”(1)

De rechthoekige borden met gemeente opschrift en zwarte rand mogen dus behouden blijven tot 1 juni 2015. Daarna zijn enkel nog de borden toegelaten die het ‘stadssilhouet’ vertonen. Gemeenten dienen nog een enorme hoeveelheid borden te vervangen in het komende jaar (2). Artikel 71.2 van het Koninklijk Besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg stelt: “Dit verkeersbord wordt rechts geplaatst op elke toegang tot een bebouwde kom. 

begin
Begin van een bebouwde kom.

einde 2
Einde van een bebouwde kom.” (3)

De borden waarop een silhouet van een bebouwde kom is aangeduid, zijn al sinds 1 januari 2004 van kracht. Er werd voorzien in een overgangsperiode van tien jaar, dat is de gemiddelde levensduur van een verkeersbord.

Federaal Parlementslid Bert Wollants vroeg aan Minister Jacqueline Galant of ze deze overgangsperiode niet konden verlengen. Aangezien ze noch van de gewesten, noch van de Vereniging van Steden en Gemeenten signalen heeft ontvangen om de overgangsperiode te verlengen, is er geen reden om af te stappen van de deadline van 1 juni 2015. Ook zal het vasthouden aan die datum zorgen voor een grotere uniformiteit in de aanduiding van de bebouwde kom wat zorgt voor een betere verkeersveiligheid.(4)

Voor de goede orde: wij raden aan om toch de snelheidsbeperkingen te respecteren!

Indien U toch zou geflitst worden na 1 juni 2015 en U kan aannemelijk maken dat de flits geschiedde in een zone met een “oud bord” kan de inbreuk mogelijkerwijs succesvol betwist worden.

Raadpleeg in dat geval onze specialisten!

(1) Artikel 85.2 Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
(2) Snelheidslimiet ongeldig bij oude verkeersborden, Standaard, 27 oktober 2014.
(3) Artikel 71.2 Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
(4) B. WOLLANTS en J. GALANT, Overgangsbepalingen vastgelegd in artikel 85 van de Wegcode (schriftelijke vraag en antwoord nr : 004 – zittingsperiode : 54), 25 juli 2014.

Hoofdwebsite Contact
afspraak maken upload






      GDPR proof area
      Upload uw documenten





      sleep uw documenten naar hier of kies bestand


      sleep uw briefwisseling naar hier of kies bestand











        Benelux (€... )EU (€... )Internationaal (prijs op aanvraag)

        Door de aanvraag in te dienen, verklaart u zich uitdrukkelijk akkoord met onze algemene voorwaarden en bevestigt u dat u onze privacyverklaring aandachtig heeft gelezen. Het verzenden van deze aanvraag geldt als een opdrachtbevestiging.
        error: Helaas, deze content is beschermd!