RECHT Archives - STUDIO-LEGALE
Tag: RECHT

Het gebeurt wel eens dat een vonnis niet helemaal duidelijk of zelfs onafgewerkt is. Rechters zijn mensen en vergissen is menselijk… We denken aan onduidelijke formuleringen, rekenfouten of eenvoudigweg het vergeten van een vordering te behandelen. Velen zouden denken dat er dan beroep moet aangetekend worden, maar dat is niet altijd nodig en soms zelfs uitgesloten.

Het Gerechtelijk Wetboek voorziet immers in afdeling IX een heel aantal artikelen over de ‘Uitlegging en verbetering van de rechterlijke beslissing en herstel van het verzuim uitspraak te doen over een punt van de vordering’ (art. 793–801bis Ger.W.). Deze procedures laten toe om technische of formele gebreken recht te zetten, zonder dat de rechter zijn beslissing inhoudelijk herbekijkt.

Uitlegging (art. 793 Ger.W.) is bedoeld voor situaties waarin een beslissing onduidelijk of dubbelzinnig is. De rechter die het vonnis heeft gewezen, kan het verduidelijken, maar mag daarbij de rechten van de partijen niet uitbreiden, beperken of wijzigen. Het gaat dus louter om uitleggen van wat reeds beslist werd, niet om een nieuwe beoordeling.

Verbetering (art. 794 Ger.W.) heeft betrekking op kennelijke fouten, zoals verschrijvingen, rekenfouten of andere materiële vergissingen. Denk bijvoorbeeld aan een foutieve optelling van schadeposten of een verschrijving in een naam, het wisselen van partijen, het verwisselen zelfs van eiser en verweerder, etc. De rechter kan deze fouten te allen tijde, zelfs ambtshalve, corrigeren, op voorwaarde dat de correctie steun vindt in het dossier, de stukken of de wet. Ook hier geldt een belangrijke beperking: de verbetering mag geen impact hebben op de inhoud van de beslissing. Het onderscheid tussen een materiële fout en een inhoudelijke beoordeling is daarbij cruciaal.

Daarnaast voorziet de wet in het herstel van een omissie (art. 794/1 Ger.W.), wanneer de rechter heeft nagelaten om uitspraak te doen over een onderdeel van de vordering. In dat geval kan de beslissing worden aangevuld, zonder afbreuk te doen aan de reeds beslechte geschilpunten. Deze mogelijkheid is echter onderworpen aan een vervaltermijn van één jaar na het in kracht van gewijsde gaan van de beslissing.

De procedure zelf is relatief eenvoudig: de vordering wordt ingesteld bij de rechter die de beslissing heeft gewezen (art. 795 Ger.W.), via een verzoekschrift op tegenspraak of een gezamenlijk verzoekschrift (art. 796 Ger.W.). De rechter kan ook ambtshalve optreden (art. 797 Ger.W.). Tegelijk legt de wet duidelijke grenzen op: deze procedures mogen niet worden gebruikt als een verkapt rechtsmiddel, en zij zijn niet mogelijk wanneer de beslissing reeds wordt aangevochten via hoger beroep of cassatie (art. 798 en 799 Ger.W.).

In een recent arrest van het Hof van Cassatie van 2 april 2026 bevestigt het Hof dat de verbeteringsprocedure enkel betrekking heeft op louter materiële vergissingen. In die zaak hadden de feitenrechters de procedure aangewend om de ondertekening van een vonnis te “corrigeren” door deze te vervangen door die van een andere rechter. Het Hof oordeelde dat dit geen materiële fout betreft, maar een fundamenteel gebrek dat niet via een verbetering kan worden rechtgezet. Door toch van deze procedure gebruik te maken, hadden de rechters artikel 794 Ger.W. geschonden. (Cass. 2 april 2026, ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260402.1N.9)

Dit arrest onderstreept dat de verbeteringsprocedure geen middel is om wezenlijke gebreken in een beslissing te herstellen of om de beslissing alsnog te “regulariseren”. Zodra de correctie raakt aan de essentie van de rechterlijke beslissing of aan de totstandkoming ervan, is deze weg afgesloten.

Tot slot bevat het Gerechtelijk Wetboek nog enkele praktische regels, onder meer inzake kosten (art. 801 Ger.W.) en de vermelding van de verbeterende beslissing op het oorspronkelijke vonnis (art. 800 Ger.W.). Deze bepalingen bevestigen dat het gaat om een aanvullend mechanisme dat nauw verbonden blijft met de oorspronkelijke beslissing.

Besluit

De procedures van uitlegging, verbetering en herstel van omissies vormen een efficiënt en noodzakelijk correctiemechanisme binnen het procesrecht. Ze bieden een snel alternatief voor zwaardere rechtsmiddelen, maar zijn strikt afgebakend.

De relevante wetsartikelen

Afdeling IX. Uitlegging en verbetering van de rechterlijke beslissing en herstel van het verzuim uitspraak te doen over een punt van de vordering

Art. 793. De rechter die een onduidelijke of dubbelzinnige beslissing heeft gewezen, kan die uitleggen, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen. [1 De beslagrechter kan een onduidelijke of dubbelzinnige beslissing uitleggen, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen.

Art. 794. Het gerecht dat de beslissing heeft gewezen, het gerecht waarnaar de beslissing werd verwezen of de beslagrechter kunnen te allen tijde ambtshalve of op verzoek van een partij elke kennelijke rekenfout of verschrijving of andere kennelijke leemte dan het in artikel 794/1 bedoelde verzuim uitspraak te doen over een punt van de vordering, met inbegrip van een inbreuk op artikel 780, met uitsluiting van artikel 780, eerste lid, 3° of op artikel 782, § 2 en met inbegrip van een louter formele miskenning van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, verbeteren, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen. De verbetering vindt steun in de wet, het dossier van de rechtspleging of de stavingsstukken die werden voorgelegd aan de rechter die de te verbeteren beslissing heeft uitgesproken.

Art. 794/1. Het gerecht dat verzuimd heeft zich over een punt van de vordering uit te spreken, kan, mits rekening te houden met de in artikel 748bis vervatte regels, dit verzuim herstellen zonder afbreuk te doen aan de over de reeds beslechte geschilpunten uitgesproken beslissingen. Het verzoek dient op straffe van verval]2 te worden ingediend ten laatste een jaar nadat de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.

Art. 795. De vorderingen [1 tot uitlegging, verbetering of herstel van [2 het verzuim uitspraak te doen over]2 een punt van de vordering]1 worden gebracht voor de rechter die [1 de uit te leggen, te verbeteren of te herstellen beslissing heeft gewezen, of voor het gerecht waarnaar de beslissing wordt verwezen.

Art. 796. [1 De zaak wordt aan de rechter voorgelegd bij verzoekschrift op tegenspraak als bedoeld in de artikelen 1034bis tot 1034sexies dan wel bij gezamenlijk verzoekschrift overeenkomstig artikel 706. Het verzoekschrift kan alleen worden ingediend als de beslissing niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een uitlegging, rechtzetting of herstel van een omissie

Art. 797. Uitlegging en verbetering kunnen ambtshalve geschieden. Een rechtsmiddel als bedoeld in boek III van het vierde deel kan niet worden aangewend wanneer uitsluitend de uitlegging of verbetering van de betrokken beslissing of het herstel in die beslissing van het verzuim uitspraak te doen over een punt van de vordering wordt beoogd.

Art. 798. Tenzij alle partijen in het geding het eens zijn, kan de vordering tot uitlegging niet worden ingesteld voordat de termijnen van hoger beroep of van voorziening in cassatie zijn verstreken. Zij kan niet worden ingesteld wanneer tegen de beslissing hoger beroep of voorziening in cassatie is ingesteld. De uitlegging van het bevestigde vonnis staat aan de rechter die deze bevestiging uitspreekt.

Art. 799. De rechter mag een beslissing enkel verbeteren of oordelen over het verzuim uitspraak te doen over een punt van de vordering in zover de beslissing niet is bestreden.

Art. 800. De griffier maakt, op de kant van de oorspronkelijke beslissing, melding van het beschikkende gedeelte van de uitleggende of verbeterende beslissing, dan wel van de beslissing waarbij uitspraak wordt gedaan over het verzuim uitspraak te doen over]2 een punt van de vordering.]1 Geen uitgifte, afschrift, noch uittreksel van de oorspronkelijke beslissing]1 mag worden uitgereikt, tenzij daarop melding is gemaakt van het beschikkende gedeelte der uitleggende of verbeterende beslissing, dan wel van de beslissing waarbij uitspraak wordt gedaan over [2 het verzuim uitspraak te doen over]2 een punt van de vordering.

Art. 801. Hij die uitlegging, verbetering, of een uitspraak over de omissie van een punt van de vordering vordert]1, geeft het bedrag van de kosten die normaliter door of krachtens de wet verschuldigd zijn op het moment dat de vordering wordt ingediend, in consignatie ter griffie. Indien de beslissing de vordering toewijst, komen de kosten ten laste van de Staat, en wordt de in consignatie gegeven som aan de eiser teruggegeven. In het tegenovergestelde geval kunnen de kosten geheel of gedeeltelijk ten laste van de eiser worden gebracht en van het in consignatie gegeven bedrag worden afgenomen.

Art. 801/1. Eenmaal de verbeterde beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, kan de verbeterende beslissing alleen nog worden betwist door cassatieberoep in te stellen.

Art. 801bis. De rechter kan, ambtshalve of op verzoek, de materiële fouten, de rekenfouten of de weglatingen verbeteren die voorkomen in een door hem opgesteld certificaat in toepassing van een Europese verordening of een dergelijk certificaat intrekken, in de gevallen en onder de voorwaarden van de desbetreffende verordening. De Koning kan dit artikel van toepassing verklaren op certificaten bedoeld in andere internationale instrumenten. Als de materiële fout, de rekenfout of de weglating enkel in het certificaat voorkomt, wordt de vordering tot verbetering van het certificaat ingeleid op eenzijdig verzoekschrift. Als de materiële fout, de rekenfout of de weglating in het certificaat werd veroorzaakt door een materiële fout, een rekenfout of een weglating in de door de rechter gewezen beslissing waarvoor het certificaat werd uitgevaardigd, wordt de verbetering van het certificaat samen gevorderd met een verbetering van de door de rechter gewezen beslissing. De rechtspleging bedoeld in de artikelen 794 tot 801/1 wordt gevolgd. De vordering tot intrekking van het certificaat wordt ingeleid op eenzijdig verzoekschrift. De griffier zendt per gewone brief een afschrift van het verbeterde certificaat naar alle partijen in het geding.

Sinds 19 juni 2021 is het (oud) Burgerlijk Wetboek een nieuw hoofdstuk ‘broers en zussen’ rijker. Het hoofdstuk kreeg een plaats onder Boek I ‘Personen’, Titel IX ‘Ouderlijk gezag en pleegzorg’ en bevat 3 nieuwe wetsbepalingen.

Het nieuwe hoofdstuk is van toepassing op de maatregelen die worden genomen in het kader van het ouderlijk gezag, de pleegzorg en op de plaatsing van een minderjarig niet-ontvoogd kind in het kader van jeugdbijstand en jeugdbescherming.

De nieuwe wetsbepalingen geven minderjarige broers en zussen twee uitdrukkelijke rechten:

  1. het recht om niet van elkaar te worden gescheiden en dus om samen op te groeien in hetzelfde gezin. Dit lijkt op het eerste zicht misschien evident, maar in de praktijk bleek dit na een scheiding van de ouders of plaatsing in de jeugdhulp vaak anders uit te draaien;
  2. het recht om op elke leeftijd persoonlijk contact te hebben met elkaar. Dit omgangsrecht bestond reeds voor grootouders en ieder ander persoon die aantoont een bijzonder affectieve band te hebben met een kind.

Deze rechten vloeien voort uit art. 8 EVRM (recht op eerbiediging van het privé-, familie- en gezinsleven).

Op deze rechten mag enkel uitzondering worden gemaakt wanneer dit in het belang van het kind zelf is, wat kind per kind wordt beoordeeld. Wordt een kind in zijn belang gescheiden van broer/zus, dan nog moet er maximaal gestreefd worden naar een behoud van persoonlijk contact met de broers en zussen, tenzij ook dit ingaat tegen het belang van het kind. Op die manier kan er desgevallend toch een regeling op maat worden uitgewerkt in het belang van alle broers en zussen. Zo voorziet de wet expliciet in een uitzondering wanneer een kind in een jeugdvoorziening wordt geplaatst als gevolg van het plegen van een jeugddelict. Logischerwijs wordt er dan niet ook voorzien in een plaatsing van de broers en zussen van de pleger.

De wetsbepalingen zijn niet enkel van toepassing op broers en zussen in de klassieke zin van het woord, maar ook op kinderen die samen binnen eenzelfde gezin worden opgevoed en die een bijzondere affectieve band hebben ontwikkeld met elkaar uit de samenwoning. Op die manier wordt er ook rekening gehouden met nieuw samengestelde gezinnen. Op het eerste zicht lijkt er dan ook sprake te zijn van een ruim toepassingsgebied, maar hierbij dient te worden opgemerkt dat er in de Belgische wetgeving geen definitie bestaat van ‘broer’ en ‘zus’. Er kan dan ook discussie ontstaan over het toepassingsgebied van de nieuwe wetgeving. In de rechtsleer wordt als definitie van broer en zus geopperd: iemand waarmee men minstens één gemeenschappelijke ouder heeft in afstamming of in volle adoptie.

Opdat de nieuwe wetsbepalingen hun doel volledig zouden bereiken – nl. broers en zussen samen laten opgroeien – werden ook een aantal andere wetsbepalingen gewijzigd:

  • 374 §2 lid 4 (oud) Burgerlijk Wetboek werd gewijzigd in die zin dat de Familierechtbank bij het uitwerken van een verblijfsregeling voor de minderjarige kinderen na scheiding van de ouders nu moet streven naar eenzelfde verblijfsregeling alle broers en zussen. Is dit niet mogelijk, dan moet de Familierechtbank verduidelijken hoe het persoonlijk contact tussen de broers en zussen moet verlopen;
  • 393 lid 2 (oud) Burgerlijk Wetboek werd gewijzigd in die zin dat de Vrederechter bij het onder voogdij plaatsen van kinderen bij voorkeur dezelfde voogd aanduidt voor alle broers en zussen, tenzij het belang van het kind anders vereist. Is dit niet mogelijk, dan moet de Vrederechter verduidelijken hoe het persoonlijk contact tussen de broers en zussen moet verlopen.

De nieuwe wetgeving heeft een belangrijke symbolische waarde. Er werden immers in het verleden al 6 wetsvoorstellen ingediend en nu (pas) wordt er eindelijk op algemene wijze erkenning gegeven aan de bijzondere band tussen broers en zussen. Er wordt echter op geen enkele manier in sancties voorzien. De vraag rijst dan ook wat er gebeurt wanneer broers en zussen toch van elkaar worden gescheiden en geen contact kunnen hebben met elkaar. De vroegere wetsvoorstellen hadden de bedoeling om de minderjarigen toe te laten deze nieuw verworven rechten zelf in rechte te kunnen laten afdwingen. Dit zou maken dat een minderjarige ‘procesbekwaamheid’ zou krijgen, hetgeen veel tegenkanting kreeg en uiteindelijk ook niet werd opgenomen in de uiteindelijke wetswijziging.

Het zal dan ook toekomen aan de actoren in de praktijk om de wetgeving effectief toe te passen zodat de nieuwe bepalingen geen dode letter blijven.

Dat de nieuwe rechten niet alleen symbolische, maar ook praktische relevantie hebben, is gebleken uit een arrest van het Grondwettelijk Hof van 21 april 2022.  De vraag die aanleiding gaf tot het arrest was of het recht om gehoord te worden als minderjarige in een procedure betreffende het bepalen van diens verblijfsregeling enkel toekomt aan die minderjarige of ook aan zijn halfzussen en halfbroers. Het Grondwettelijk Hof beantwoordt deze vraag positief en betrekt het recht op persoonlijk contact en het recht om niet van elkaar gescheiden te worden in haar antwoord door te stellen dat:

‘Wanneer een rechter zich dient uit te spreken over een voor een minderjarige geldende verblijfsregeling, zijn oordeel rechtstreeks kan raken aan de rechten van de halfzussen en halfbroers van die minderjarige, gewaarborgd bij artikel 375bis en 387septies-decies oud BW. Bij de beoordeling van wat de meest passende verblijfsregeling is, dient de rechter dan ook rekening te houden met die rechten. Daaruit volgt dat de rechter in dergelijke omstandigheden uitspraak doet in een aangelegenheid die niet alleen de betrokken minderjarige aangaat, maar ook diens minderjarige halfzussen en halfbroers.”

De 2 nieuwe rechten kunnen dus ook onrechtstreeks invloed hebben op de positie van broers en zussen in de ruime zin van het woord, zoals hier bijvoorbeeld in het kader van het hoorrecht van minderjarigen.

Hoofdwebsite Contact
afspraak maken upload






      GDPR proof area
      Upload uw documenten





      sleep uw documenten naar hier of kies bestand


      sleep uw briefwisseling naar hier of kies bestand











        Benelux (€... )EU (€... )Internationaal (prijs op aanvraag)

        Door de aanvraag in te dienen, verklaart u zich uitdrukkelijk akkoord met onze algemene voorwaarden en bevestigt u dat u onze privacyverklaring aandachtig heeft gelezen. Het verzenden van deze aanvraag geldt als een opdrachtbevestiging.
        error: Deze inhoud is auteursrechtelijk beschermd. Kopiëren, reproduceren of hergebruiken zonder voorafgaande schriftelijke toestemming is niet toegestaan.