Sekswerk is al jaren aanwezig in België, zowel offline als online. Nieuw is dat het juridische kader nu wél aansluit bij die realiteit: sekswerkers kunnen voortaan werken binnen een duidelijk sociaal statuut, met de bijhorende arbeids- en socialezekerheidsbescherming. Die omslag maakt een wezenlijk verschil in de praktijk. Waar afspraken vroeger vaak in een grijze zone belandden, vertrekt de wetgeving nu van rechtszekerheid: wie als sekswerker werkt, doet dat op basis van een specifieke, schriftelijke en ondertekende arbeidsovereenkomst.
Die overeenkomst moet uiterlijk bij de start van de tewerkstelling worden opgesteld en ondertekend, en vormt de sleutel tot transparante afspraken over rechten, plichten en bescherming. In dit artikel leggen we uit wat dat nieuwe statuut betekent, welke voorwaarden gelden voor de tewerkstelling, en welke aandachtspunten essentieel zijn voor zowel werkgevers als sekswerkers.
Vóór 2022 zat een belangrijke kwetsbaarheid in het strafrechtelijke en arbeidsrechtelijke luik. In de praktijk werden overeenkomsten soms “omschreven” als andere activiteiten (horeca, massage), precies omdat een contract over seksuele diensten juridisch gevoelig lag. Het voorwerp van dergelijke overeenkomsten werd door een groot deel van de rechtspraak als strijdig met openbare orde en goede zeden beschouwd en als absoluut nietig gezien. Voor de betrokken sekswerker kon dat enorme gevolgen hebben: zodra “nietigheid” wordt opgeworpen, komt meteen ook de afdwingbaarheid van arbeids- en socialezekerheidsrechten onder druk te staan.
Die realiteit verklaart waarom de wetgever in 2022 een eerste bescherming heeft ingevoerd. De wet van 21 februari 2022[1] zorgt ervoor dat een werkgever zich niet zomaar kan beroepen op de “nietigheid” van het arbeidscontract om de sekswerker arbeidsrechten of sociale zekerheidsrechten te ontzeggen, enkel omdat het om prostitutie gaat. Dat was geen totaaloplossing, maar wel een duidelijke keuze: sociale bescherming mocht niet blijven afhangen van juridische kunstgrepen die net ontstaan waren door het ontbreken van een passend kader.
In datzelfde jaar kwam er bovendien ook een bredere strafrechtelijke kentering. Na jarenlang gedoogbeleid werd met de hervorming van het seksueel strafrecht prostitutie in België effectief gedecriminaliseerd.[2] Sindsdien konden sekswerkers legaal weliswaar als zelfstandige werken.
De echte omslag kwam er met de wet van 3 mei 2024[3]. Die wet creëert een specifieke “arbeidsovereenkomst voor sekswerker” en verankert die expliciet in het klassieke arbeidsrecht. Het gaat immers om een arbeidsovereenkomst in de zin van de wet van 3 juli 1978, waarop in principe arbeids- en socialezekerheidsrecht van toepassing zijn, behoudens de bijzondere regels uit de wet van 3 mei 2024. De wet maakt ook helder wat binnen dit statuut valt: “sekswerk” is het verrichten van daden van prostitutie in uitvoering van die arbeidsovereenkomst, en de sekswerker verricht dit tegen loon en onder gezag van een erkende werkgever.
De wetgever wil met dit nieuwe kader twee zaken tegelijk bereiken: sekswerkers beter beschermen (met aandacht voor veiligheid, welzijn en vooral vrije instemming) én uitbuiting voorkomen via strikte controle op wie als werkgever mag optreden. Daarom mogen sekswerkers alleen worden tewerkgesteld door een werkgever die vooraf een officiële erkenning heeft gekregen.
Voorwaarden aan de kant van de werkgever (erkenning en verplichtingen):
- De werkgever moet een rechtspersoon zijn met een toegelaten rechtsvorm (bv. BV—geen eenpersoons-BV—, CV of vzw); natuurlijke personen komen niet in aanmerking;
- De werkgever moet een (maatschappelijke of bedrijfs) zetel in België hebben;
- De bestuurders moeten geïdentificeerd zijn;
- Er gelden uitsluitingsgronden: bestuurders (en ook leidinggevend en toezichthoudend personeel) mogen niet veroordeeld zijn voor een reeks ernstige misdrijven (o.a. seksuele misdrijven, mensenhandel, geweld, enz.);
- De statuten moeten uitdrukkelijk vermelden dat de kernrechten van sekswerkers worden gerespecteerd (zoals: niet kunnen worden gedwongen, kunnen weigeren, kunnen onderbreken/stoppen, voorwaarden kunnen stellen);
- Tijdens de erkenningsperiode gelden ook praktische veiligheids- en organisatieverplichtingen, waaronder:
- een referentiepersoon die minstens continu bereikbaar is tijdens de prestaties;
- alarmknoppen in de kamers én een mobiele alarmknop bij prestaties buiten de lokalen.
Als de werkgever de voorwaarden niet naleeft, kan de erkenning geschorst of ingetrokken worden.
Voorwaarden aan de kant van de sekswerker (wie kan onder dit statuut werken?):
- Alleen meerderjarigen kunnen een arbeidsovereenkomst voor sekswerker sluiten; minderjarigen tewerkstellen is verboden;
- Personen met het hoofdstatuut student kunnen dit niet doen;
- Het kan ook niet via een flexi-job of als gelegenheidswerknemer;
- De arbeidsovereenkomst moet voor elke sekswerker afzonderlijk schriftelijk worden opgesteld, uiterlijk bij de start;
- Het contract moet het erkenningsnummer van de werkgever vermelden.
Wat deze wet echt onderscheidt van “gewone” arbeidswetgeving, is hoe expliciet ze het principe van vrije instemming verankert. De wet stelt voorop dat de sekswerker op ieder ogenblik vrij blijft om al dan niet in te stemmen met een seksuele handeling, en dat niemand gedwongen mag worden om een prostitutiehandeling uit te voeren. Het recht om een klant of handelingen te weigeren, te onderbreken of stop te zetten, kan niet als een tekortkoming worden beschouwd. De werkgever kan de sekswerker niet ontslaan omdat die geweigerd heeft een seksuele handeling uit te voeren.
Zelfs het einde van de arbeidsovereenkomst is uitzonderlijk vormgegeven: de sekswerker heeft het recht om de arbeidsovereenkomst te beëindigen zonder opzegging noch vergoeding, precies omdat niemand tot het verrichten van prostitutie mag worden gedwongen.
Interessant is dat deze Belgische koerswijziging ook past binnen een breder Europees debat, waarin landen heel verschillend omgaan met sekswerk. Dat zag men scherp terug in een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 25 juli 2024[4] over de Franse wet van 2016 die de aankoop van prostitutiediensten strafbaar stelt.
In die zaak voerden 261 sekswerkers aan dat hun omstandigheden verslechterden sinds de wet: minder klanten, minder keuzevrijheid en grotere druk om in te stemmen met handelingen die zij anders zouden weigeren. Het Hof erkende dat er sprake was van een inmenging in het privéleven, maar aanvaardde de doelstellingen zoals onder meer de openbare orde, bescherming van gezondheid en rechten van anderen, en vooral het voorkomen van mensenhandel. Het Hof kende Frankrijk een ruime beoordelingsmarge toe wegens het gebrek aan Europese consensus. Uiteindelijk besloot het Hof dat er geen schending was van artikel 8 EVRM.
Tegelijk liet het Hof een belangrijk voorbehoud optekenen. Nationale autoriteiten moeten hun beleid en de gevolgen ervan voortdurend blijven evalueren. Dat is niet alleen relevant voor Frankrijk, maar toont aan dat er in Europa nog geen één “juiste” aanpak bestaat, maar dat elke keuze moet worden beoordeeld op haar echte impact op de veiligheid en de rechten van sekswerkers.
De nieuwe evolutie kan gezien worden als een stap vooruit. Met een helder arbeidsrechtelijk kader — gekoppeld aan een streng erkenningssysteem en een expliciete verankering van vrije instemming — neemt de rechtszekerheid toe en komt de verantwoordelijkheid terecht waar ze hoort, namelijk bij wie de activiteit organiseert en er economisch voordeel uit haalt.
Tegelijk is dit geen eindstation. Het succes van dit model zal in grote mate afhangen van de uitvoering. Hoe zorgvuldig erkenningen worden toegekend, hoe consequent toezicht en handhaving gebeuren, en hoe veiligheid én discretie in de praktijk worden gegarandeerd. Als die randvoorwaarden kloppen, kan dit kader daadwerkelijk bijdragen aan meer bescherming en minder uitbuiting, zonder blind te zijn voor de complexiteit van de sector. De regering zal de wet vanaf 1 december 2026 evalueren.
Indien u na het lezen van dit artikel nog vragen hebt, aarzel dan niet om ons te contacteren via [email protected] of 03 216 70 70.
[1] Wet van 21 februari 2022 betreffende de niet-inroepbaarheid van de nietigheid van de arbeidsovereenkomst ten aanzien van personen die zich prostitueren (BS 21 maart 2022)
[2] Wet van 21 maart 2022 houdende wijzigingen aan het Strafwetboek met betrekking tot het seksueel strafrecht
[3] Wet van 3 mei 2024 houdende bepalingen betreffende sekswerk onder arbeidsovereenkomst (BS 6 juni 2024)
[4] EHRM 25 juli 2024, RW 2025-26, nr. 20, 17 januari 2026
