In het dagelijks economisch verkeer laten particulieren en ondernemingen zich voortdurend vertegenwoordigen: door werknemers, bestuurders, zaakvoerders, advocaten of makelaars. In de meeste gevallen verloopt dit probleemloos. Maar wat als achteraf blijkt dat de persoon die handelde geen (of slechts een beperkte) bevoegdheid hiertoe had?
Wat is schijnvertegenwoordiging?
In principe kan iemand slechts rechtshandelingen stellen voor rekening van een ander indien hij daartoe bevoegd is én binnen de grenzen van die bevoegdheid blijft.
Wanneer echter blijkt dat een persoon optreedt voor een andere persoon, terwijl hij in werkelijkheid geen of slechts een beperkte vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft, spreken we van een schijnvertegenwoordiging.
In principe geldt dat de vertegenwoordigde in dergelijke gevallen niet gebonden is door de rechtshandelingen die zonder geldige bevoegdheid werden gesteld.
Op dit uitgangspunt bestaan echter twee belangrijke uitzonderingen, namelijk de bekrachtiging van de rechtshandeling door de vertegenwoordigde, of het bestaan van een schijnmandaat.
Wanneer is men toch gebonden door de schijnvertegenwoordiging?
Opdat een rechtshandeling die zonder bevoegdheid werd gesteld alsnog tegenstelbaar zou zijn aan de schijnvertegenwoordigde, moeten drie cumulatieve voorwaarden vervuld zijn.
Vooreerst moet er sprake zijn van een schijn die niet met de werkelijkheid overeenstemt. De indruk moet bestaan dat de lasthebber over een vertegenwoordigingsbevoegdheid beschikt, terwijl dat in werkelijkheid niet of slechts gedeeltelijk het geval is.
Daarnaast mag de derde met wie de schijnbare lasthebber handelde, niet redelijkerwijze weten dat de vermeende bevoegdheid niet bestond. De beoordeling gebeurt steeds in functie van de concrete omstandigheden.
Tot slot moet de schijn kunnen worden toegerekend aan de persoon in wiens naam er werd gehandeld.
Wat zijn de juridische gevolgen?
Wanneer aan deze voorwaarden is voldaan, kan de derde te goeder trouw zich beroepen op de leer van de schijnvertegenwoordiging. In dat geval geldt de schijn als werkelijkheid.
De gevolgen kunnen aanzienlijk zijn en verschillen naargelang de betrokken partij.
De handelingen van de onbevoegde vertegenwoordiger kunnen rechtstreeks worden toegerekend aan de schijnlastgever, die dan wordt geacht zelf de verbintenis te zijn aangegaan, met alle contractuele, financiële en juridische gevolgen van dien.
De onbevoegde vertegenwoordiger zelf blijft evenmin buiten schot. Hij kan aansprakelijk worden gesteld door de schijnlastgever voor het handelen zonder of buiten zijn bevoegdheid.
Herkenbaar? Twijfelt u of u gebonden bent door handelingen van een derde of wordt u aangesproken op een bevoegdheid die u nooit hebt toegekend? Aarzel dan niet om ons te contacteren op [email protected]
Auteurs:
- Lena HERBOTS
- Joost PEETERS
Bronnen:
(1) Artikel 1.8, §5 Burgerlijk Wetboek
(2) (1e k.) 2 mei 2025, C.24.0072.N, RW2025-26/12, 448.
(3) (1e k.) 2 september 2010, C.10.0014.F, Arr.Cass.2010/9, 2085.
(4) VANSWEEVELT T. en WEYTS B., Handboek Verbintenissenrecht, Larcier Intersentia, 2023.
(5) VAN LOOCK S., ‘Gevolgen ten opzichte van derden: vertegenwoordiging van de lastgever’ in X. Bestendig Handboek Distributierecht, Kluwer, 2020.








Bij vonnis van de Ondernemingsrechtbank te Antwerpen werd ik aangesteld als curator over TIMBER BV.
Ik bied hierbij de activa aan van een volledig uitgeruste schrijnwerkerij, gelegen te 2845 Niel (Tunnelweg 8).