Een onderneming werd vervolgd voor een eenvoudige verkeersinbreuk.
De correctionele rechtbank Leuven, zetelend in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechtbank, wees haar verweer wegens overschrijding van de redelijke termijn af en motiveerde dit als volgt:
- het grote aantal hoger beroepen in verkeerszaken;
- de voorrang voor zwaardere en dringendere correctionele dossiers.
Het Hof van Cassatie aanvaardt die motivering niet (Cass. 30 juni 2026).
Of een strafzaak binnen een redelijke termijn is behandeld, moet voor elke zaak afzonderlijk worden beoordeeld. Daarbij tellen onder meer:
- de complexiteit van de zaak;
- de houding van de bevoegde overheden;
- de houding van de beklaagde;
- het belang van de procedure voor de beklaagde.
De algemene werkdruk van een rechtbank is daarbij geen relevant beoordelingscriterium.
Het Hof van Cassatie vernietigt dus het vonnis en verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank Brussel. Die zal opnieuw moeten oordelen over de vraag of de redelijke termijn is overschreden en, zo ja, welke gevolgen daaraan verbonden zijn.
Wat kan, mag of moet de rechter doen wanneer de redelijke termijn effectief is overschreden?
Een overschrijding leidt niet automatisch tot vrijspraak of tot de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering.
Wanneer een eerlijk proces nog mogelijk is, moet de rechter overeenkomstig artikel 27 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering passend rechtsherstel bieden. Hij kan:
- een eenvoudige schuldigverklaring uitspreken, zonder een eigenlijke straf op te leggen;
- een straf opleggen die lager is dan het wettelijke minimum;
- een wettelijk bepaalde straf of maatregel opleggen die reëel en meetbaar lager is dan wat zonder de termijnoverschrijding passend zou zijn geweest;
- sinds 28 april 2024 zelfs het verval van de strafvordering uitspreken bij een zeer zwaarwichtige miskenning van de redelijke termijn.
Sleept uw verkeersdossier wel erg lang aan? Contacteer ons en doe uw voordeel met onder meer dit krachtige verweermiddel.
